Jiu-Jitsu

Jiu-Jitsu is ontstaan, omdat de mens een vechtmethode nodig had, om te overleven. Jitsu.png
Het is ontwikkeld door de samoerai in Japan, die omdat ze vele oorlogen voeren en duels vochten, geïnspireerd werden zich te bekwamen in het Jiu-Jitsu.
Jiu-Jitsu zou je kunnen beschrijven als een verzameling van vaardigheden, waarmee men een aanvaller, al of niet gewapend onder controle brengt. Er wordt gebruik gemaakt van ontwijkingen, weringen, bevrijdingen, slaan, stoten, trappen, toucheren van drukpunten, wurgingen, buigen en verdraaien van ledenmaten en werptechnieken.
Jigoro Kano, de grondstichter van het judo vond dat het oude traditionele Jiu-Jitsu alleen maar voor vechtdoeleinden werd beoefend en dat men op de verkeerde weg was met de vechtsporten, daar het teveel gericht was op de vernietiging van de tegenstander en heeft toen zijn eigen systeem Judo ontwikkeld als opvoedkundig middel.
Hieruit kun je afleiden dat judo allen maar een klein gedeelte is uit het Jiu-Jitsu.
In het Jiu-Jitsu komen verschillende soorten technieken terug uit verschillende soorten vechtsporten zoals; karate, boksen, worstelen, aikido etc.
Nu is het mogelijk om Jiu-Jitsu te beoefen en toch verschillende doelstellingen te hebben. De een ziet het als een vorm van zelfverdediging, de ander als middel om zich zelf te perfectioneren en een derde beoefent het Jiu-jitsu als vorm van vrijetijdsbesteding en als compensatie voor een fysiek weinig actief leven.